Is Dat Goed Nederlands? Het Taaladviesboek Van De Jaren Veertig En Vijftig
معرفی کتاب «Is Dat Goed Nederlands? Het Taaladviesboek Van De Jaren Veertig En Vijftig» نوشتهٔ Charivarius; ingeleid door Wim Daniëls، منتشرشده توسط نشر Sdu Uitgevers در سال 1998. این کتاب در فرمت pdf، زبان nl ارائه شده است.
V 'Een groot man is Charivarius nooit geweest. Op geen enkel gebied heeft hij belangrijke ontdekkingen gedaan of nieuwe denkbeelden verkondigd. Maar wát hij gedaan heeft, als Charivarius of onder zijn officiële naam dr. G. Nolst Trenité: les geven, leerboekjes samenstellen, werken voor het dilettantentoneel als regisseur en schrijver, klassieken vertalen, de gebeurtenissen van de dag en het menselijk leven berijmen, strijden voor de zuiverheid van de Nederlandse taal -dat heeft hij even oorspronkelijk als geestig gedaan, zoo, dat duizenden en duizenden er door gepakt werden, er van genoten en er nut van hadden.' Yge Foppema in 1946 bij de dood van Charivarius Charivarius, Is dat goed Nederlands? VII ## Inleiding Zoals in 'chapeau' zo moet de 'ch' van Charivarius worden uitgesproken, althans zo deed Gerard Nolst Trenité het zelf volgens de mensen die hem gekend hebben. Sjarivarius dus, dat in familiekring ook wel verkort werd tot Sjar: oom Char. Het pseudoniem Charivarius koos Gerard Nolst Trenité toen hij in 1909 -hij was toen 39 -startte met een taalrubriek in het weekblad De Amsterdammer, vanaf 1925 De Groene Amsterdammer geheten. De rubriek zelf noemde hij aanvankelijk Charivari, later Charivaria. Zeker is het niet, maar waarschijnlijk ontleende Nolst Trenité zijn rubrieksnaam en pseudoniem aan de titel van het satirische Engelse tijdschrift Punch, or the London Charivari. De betekenis van dit 'Charivari' is 'grappige kritiek' of 'afkeurend geluid'. ## Het gezag van Charivarius Charivarius signaleerde in zijn taalrubriek vooral taal-en denkfouten die hij in kranten en tijdschriften tegenkwam, en hij sprak er -vaak uitsluitend door spottende kopjes te gebruiken -zijn oordeel over uit 1 . Onze classici 'mutatio mutandro' ## Op de glibberige paden der beeldspraak 'In Drente en Groningen heeft de fabrieksaardappel zijn intocht gedaan.' Onvriendelijke verzoeken '200ste en op veelvuldig verzoek beslist laatste voorstelling van Rubber.' Charivarius, Is dat goed Nederlands? VIII Paindeluxe-brood 'Deze fout herhalen we nog altijd opnieuw.' Taalverrijking 'De geringiteit van de schade.' Gaat dat zien! Gaat dat zien! 'Hij meende dat hier dezelfde regeling zou toegepast kunnen worden als aan de ambachtsschool, waar een groot aantal leerlingen zonder hoofd zijn.' Door zijn taalrubriek verkreeg Nolst Trenité als Charivarius grote bekendheid. En in vrij brede kring werd hij ook als een taalautoriteit gezien. Zijn rubriek werd bijvoorbeeld op scholen bij de lessen Nederlands besproken. En veel schrijvers, vooral journalisten, hadden in die tijd het gevoel dat hij over hun schouders meekeek als ze hun teksten schreven, zoals blijkt uit de volgende citaten: 'Meer en meer komt de wereld -Charivarius vergeve ons -in het teeken der coöperatie in ruimeren zin te staan (...).' (Vrijzinnig Democraat) 'Zelfs Charivarius zal het ons vergeven, wanneer we zeggen dat de afgeloopen week in het teeken stond van den voetbalwedstrijd Holland-Uruguay.' (De Haagsche Post) 'Van Herbin hangen hier vele werken uit allerlei perioden van zijn kunstenaarsbestaan: vanaf (verontschuldigingen aan Charivarius) de tijd toen hij nog onder invloed stond van Claude Monet.' (Utrechts Provinciaals en Stedelijk Dagblad) 'Daar kun je van op aan. Drie voorzetsels achter elkaar. Ik hoor Charivarius brieschen (...).' (NRC) Max Nord schreef in Het Parool van 2 maart 1965 dat hij vlak voor de oorlog een hoofdredacteur in Den Haag kende die elke morgen over de redactiezalen rondging met de krant van de vorige avond, waarop met rode strepen stond aangegeven welke zonden tegen de taal waren begaan en onder welke afdeling van de rubriek Charivaria in De Charivarius, Is dat goed Nederlands? IX Groene Amsterdammer die thuishoorden. 'Die Haagse hoofdredacteur', aldus Nord, 'was een goedmoedig en liberaal man, van wie ik begreep dat hij maar één grote angst kende in zijn leven: dat zijn eerbiedwaardige dagblad door Charivarius bespot en bestraft zou worden.' Charivarius scheen in de journalistieke vrees voor zijn foutenverzameling wel een zeker genoegen te scheppen. Tegen journalisten die hij persoonlijk kende en die volgens hem in de voorbije week in de fout waren gegaan, zei hij soms op quasi ernstige toon: 'Je staat er in vrijdag.' De invloed van Charivarius blijkt ook uit een anekdote die Han G. Hoekstra in oktober 1946 in Vrij Nederland opdiste bij de dood van Charivarius: 'Charivarius was de man die niet van aardbeien met slagroom hield. Niet omdat hij deze lekkernij zelve verafschuwde, maar omdat hij het plompe germanisme verafschuwde, dat de uitdrukking bevatte. Hij beval ons om te spreken van aardbeien met geklopte room. Wij hebben dat eens gedaan. In Het Gouden Hoofd op de Groenmarkt in Den Haag hebben wij zo argeloos mogelijk aardbeien met geklopte room besteld. De bediende keek ons eerst onderzoekend aan, daarna verhelderde een glimlach zijn gezicht. Hij kwam terug met het bestelde, plaatste het op ons tafeltje en zeide minzaam: "Een fijne portie aardbeie met slagroom voor menèèr!" Hij ging, met het denkbeeld het geheugen van den bezoeker ietwat te hebben opgefrist. Op dat ogenblik verrieden wij Charivarius. Wij zwegen lafhartig.' 2 ## Kritiek op Charivarius Er waren ook mensen die Charivarius minder serieus namen of kritiek op hem hadden. Sommigen hadden vooral moeite met het voorschrijvende karakter van zijn opmerkingen. Tegenwoordig krijgen taalkundigen die stellen wat goed en fout is het etiket 'traditioneel' of 'prescriptief' opgeplakt, waarmee men hen wil onderscheiden van de moderne of descriptieve taalcritici, die vooral oog hebben voor Charivarius, Is dat goed Nederlands? X de begrijpelijkheid van teksten en meer béschrijvend dan vóórschrijvend te werk gaan. Moderne taalcritici maken zich bijvoorbeeld niet druk om de woordkeuze 'vanaf' als die woordkeuze de begrijpelijkheid van een tekst niet belemmert. Overigens bestond het onderscheid 'prescriptief' en 'descriptief' -zij het niet in deze terminologie -al ten tijde van Charivarius. Zo schreef de neerlandicus Yge Foppema op 19 oktober 1946 in De Groene Amsterdammer dat hijzelf 'vroeger' tijdens zijn opleiding tot onderwijzer te maken kreeg met leraren die Charivarius een overdreven taalzuiveraar vonden. 'Men moest niet al te veel de taal willen voorschrijven hoe ze had te zijn, maar meer opmerken hoe ze was', zo lichtte Foppema de mening van zijn vroegere leraren toe. Behalve om zijn normatieve standpunt was er ook om een andere reden kritiek op Charivarius. De taalpater Gerlach Royen schreef in 1941 in het tijdschrift Taal en Leven dat Charivarius een scherp waarnemer was, maar dat hij er blijkbaar nooit toe was gekomen wat aandacht te schenken aan taalwetenschap. Royen -die Charivarius ook eens 'een besmettelijke ziekte' noemde -lichtte zijn opvatting vervolgens toe met een uiteenzetting over verkleinwoorden. Hij haalde onder andere het spellinghoofdstuk uit de eerste druk van Is dat goed Nederlands? aan, waarin Charivarius schrijft dat 'laatje' dikwijls ten onrechte men een 'd' wordt geschreven 'doordat men denkt aan lade, snede en zode'. Volgens Gerlach Royen was 'laadje' wel degelijk een acceptabele verkleinvorm. Hijzelf hanteerde -zoals hij het noemde -een uitstekende tweelingspelling: 'laadje' was in zijn ogen de verkleinvorm van 'lade' en 'laatje' hoorde bij 'la'. Gerlach Royens mening over het a-wetenschappelijk gehalte van Charivarius wordt -zonder verdere bewijsvoering -gedeeld door taalwetenschapper Joop van der Horst, die in het Biografisch Woordenboek van Nederland (1994, deel IV) het volgende schrijft: 'Charivarius' gezag was niet gebaseerd op een grote kennis van zaken. Hij was namelijk gespeend van iedere wetenschappelijke belangstelling. Sterker nog: uit niets blijkt dat hij ook maar van de elementaire beginselen van de taalkunde op de hoogte was. De norm die Nolst Trenité Charivarius, Is dat goed Nederlands? Charivarius, Is dat goed Nederlands? XII verschenen was: 'Het boekje van Charivarius is er. -Het boekje van wie? -Van Charivarius. Van Nolst Trenité. -O...èn? -En? Wat en...? Moet je koopen, het kost een gulden. -Och, ik ben niet zoo erg Charivariusachtig; dat is te zeggen, niet zoo erg op zijn werk. Ik heb niets tegen den man; ik ken hem persoonlijk... o ja, dat mag ik niet zeggen hè? -Zeker, dat mag best. Ik ken hem niet alleen uit zijn geschriften, ik ken hem ook persoonlijk. -Goed; nou, het is een charmante vent, ik kan niet anders zeggen; maar zijn werk... -Ja? zeg het maar; wat is er met zijn werk? Verkeerd? -Verkeerd zal ik niet zeggen, maar het is dilettantenwerk; niet wetenschappelijk zie-je? -O juist; niet wetenschappelijk. Dus jij houdt het meer met wetenschappelijke werken? -Nee, dat nu niet zoo zeer; daar heb ik zoo geen tijd toe; en bovendien, die zijn mij wat te zwaar. Te zwaar om te verwerken en te zwaar om in mijn zak te steken. Ik lees namelijk alleen in den trein, zie-je. Thuis kom je daar zoo niet toe. -Precies. Te zwaar. Maar Charivarius deugt ook niet. Te licht hè? Weet-je wat jij nu eens moest doen? Koop jij nu dat boekje en dat lees je dan in den trein. En dan neem je een potlood en telkens als de man je nu wat al te onwetenschappelijk wordt, dan zet je er een kruisje bij. Een dun kruisje. En als je er doorheen bent, dan begin je weer eens opnieuw; en dan nog maar eens. En dan neem je een vlakelastiekje en overal waar je vindt dat je eigenlijk verkeerd een kruisje hebt gezet, daar vlak je het uit. Net zoo lang tot er geen kruisje meer staat dat er niet in hoort. Ik denk dat er niet zoo heel veel zullen blijven staan.' ## Charivarius' vasthoudendheid De lof en de waardering van het grote publiek die Charivarius ten deel vielen, zorgden ervoor dat hij zijn taalcolumn in De Groene Amsterdammer meer dan dertig jaar bleef schrijven. Het was in oktober 1940 dat er een einde aan kwam toen De Groene Amsterdammer vanwege de oorlog ophield te verschijnen. Charivarius zette zijn rubriek nog wel even in het Algemeen Handelsblad voort, maar het Charivarius, Is dat goed Nederlands? Charivarius, Is dat goed Nederlands? XVI De publicaties De schrijverscarrière van Gerard Nolst Trenité begon enkele jaren na het begin van zijn onderwijsloopbaan met de publicatie van leerboekjes voor de vreemde talen, vooral voor het Engels. Zo verscheen in 1906 het boekje The Nutshell; shortest English Grammar en in 1909 Drop your foreign accent. Nolst Trenité schreef in The Nutshell dat er in Nederland lang niet genoeg aan 'tong-en lippengymnastiek' werd gedaan. 'Het gevolg is dat men het Engelsch, ook bij vrij groote kennis der taal, dikwijls zéér slecht uitspreekt.' Verschillende van zijn schoolboekjes -hij schreef er ook voor de Duitse, Franse en Italiaanse taal, al waren dat enkel woordenlijsten -hebben het lang uitgehouden. Drop your foreign accent, met daarin het fameus geworden uitspraakgedicht 'De Chaos', kreeg zelfs in 1971 nog een herdruk, zij het van een bewerkte editie. 4 Ook op het vakgebied waarop hij was gepromoveerd, staatswetenschappen, vestigde Nolst Trenité zijn naam. Dat was met het boek De grondwet met korte aantekeningen, dat in 1912 verscheen en waarvan in 1939 nog een herziene druk werd uitgebracht. Zijn eerste boekje voor het grote publiek -onder het pseudoniem Charivariuskwam in 1913 uit: de bundel Charivari, waarin een ruime selectie van de door hem verzamelde taalfouten uit kranten stond en een aantal gedichten die hij had geschreven. Nadien, in 1915 en 1916, verschenen de taalfoutencollecties nog in twee aparte bundels onder een iets gewijzigde titel: Charivaria. In dezelfde periode publiceerde Charivarius ook vier bundels met daarin uitsluitend gedichten. Hij noemde die gedichten Ruize-Rijmen, een benaming waarin 'ruize' een door hem verfoeide uitspraak van 'reuze' was. Net als zijn taalfoutenverzamelingen waren ook de Ruize-Rijmen allemaal al in De Amsterdammer verschenen. Over de uitgave van de tweede bundel Ruize-Rijmen kreeg Charivarius een ernstig conflict met zijn toenmalige uitgever. Dat conflict werd op de spits gedreven door een brief die Charivarius op 26 februari 1916 aan de uitgever schreef 5 : Charivarius, Is dat goed Nederlands? 'k Zie schapen, witgewold, 'k Zie rid-en runders draven, 'k Zie vo-en vlegels zich Aan wa-en bitter laven. In 't mooie voorjaarsweer, Gaan bloe-en ramen open, 'k Zie ieder met een bloem, zelf schoo-met anjers lopen, 'k Zie ei-en beuken staan, En dreu-en andre mussen, 'k Zie kro-en meisjes kussen. Geen pneu-slechts harmonie: De tweedracht wijkt voor vrede, De ru-voor poëzie, Juicht kin-en ouders mede! Want len-en warmte is daar, Mijn geest stijgt op, naar boven, 'k Wil nat-en morgenuur Met vul-en lippen loven! 6 Door Charivarius ; Ingeleid Door Wim Daniëls. Charivarius Is Pseudonymous For Gerard Nolst Trenité. On Cover: Het Taaladviesboek Van De Jaren Veertig En Vijftig. Reprint With New Introduction. Originally Published: Amsterdam : De Spieghel, 1946. Includes Index. Heruitgave van een handleiding uit 1940 voor goed Nederlands taalgebruik van de Nederlandse letterkundige (1870-1945). NL-ZmNBD
دانلود کتاب Is Dat Goed Nederlands? Het Taaladviesboek Van De Jaren Veertig En Vijftig